My Story

Mijn ego en ík

Here’s my story

Part 1: Superwoman

Ik lig in mijn bed. Mijn hart racet en ik zweet. Geen idee waarom. Ik doe niks en als ik logisch redeneer zou mijn lichaam nu in rusttoestand moeten verkeren. Maar dat doet het niet. Geen idee waarom. Jawel, eigenlijk wel. Dysautonomie. Dat etiket kreeg ik twee jaar geleden opgeplakt. Dankbaar om er eindelijk een naam op te kunnen plakken weliswaar, niet dankbaar voor de aandoening.

Heel mijn leven wist ik dat er iets niet klopte. Mijn eerste zes levensjaren spartelde ik wenend en zonder veel slaap door. Op mijn 6 jaar ontdekten ze dat ik aan zo wat alles allergisch ben. Met wat medicatie was daar een mouw aan te passen en ging slapen vlotter. Ik bleef moe. Altijd moe.

Eerst beweerden de dokters dat ik te snel was gegroeid en dat mijn longen niet hadden kunnen volgen en ik daardoor maar 60% van de normale longinhoud had. Oké dan. Ik doe voort. School was een uitdaging. Mijn punten waren altijd goed, daar niet van. LO daarentegen. Ik kon nog geen 5 rondjes lopen rond de turnzaal als opwarming. Die te kleine longen toch. Al had de leerkracht daar geen oren naar. “Niet flauw doen!” was zo wat het stopzinnetje van de leerkrachten op mijn school, een strenge katholieke jongensschool waar ik één van de weinige meisjes was. Oké dan. Ik doe voort.

Mijn hobby, dansen, combineren met mijn studies werd in de laatste graad humaniora te veel. En studeren gaat voor natuurlijk. Na het middelbaar ging ik Germaanse doen. Het feit dat ik niet meer fulltime op de schoolbanken moest zitten en het veel zelfstudie was, deed deugd. Ik geraakte het niet beu. Ik stopte niet bij een Ma-na-Ma en deed nog een Ma-na-Ma-na-Ma (like in the muppet song, i know). Dat laatste jaar eiste wel zijn tol. Ik deed management school en ging dus weer fulltime naar de les en daar kwam een serieuze workload na de lesuren bij. Maar hey, iedereen is wel al eens moe. Doe gewoon voort.

Ik ging werken. Fulltime. Na twee weken dacht ik “hoe hou ik dit heel mijn leven vol?”. Werken, eten en slapen. Weekends om te recupereren om dan weer te werken. Ik klaagde dat ik zo moe was. Mijn toenmalig lief en ouders dachten dat het waarschijnlijk was omdat ik mijn job niet graag deed en dat mij geen energie gaf. Daar zat iets in. Andere job dan. Mijn sociaal leven werd herleid naar nihil. Hier klopt iets grondig niet. Ik was er van overtuigd. Maar deed voort.

Op het werk blonk ik. Thuis crashte ik. Als dochter van hardwerkende zelfstandigen, moest en zou ik hard werken en doen waar ik goed in was. Mijn lichaam moet maar volgen. Ik werd uiteindelijk gebeld voor een job als HR business partner bij Alcon, een vooraanstaand farmaceutisch bedrijf. Na een lange selectieprocedure met meer dan 200 kandidaten die de revue hadden gepasseerd, kreeg ik de grootste ego-boost ooit. Ze zagen potentieel in mij. Ik kreeg de job. Ik weende. Van blijdschap en pure miserie tegelijkertijd. Ik negeerde de stem, of beter, mijn lichaam, dat riep “STOP, niet doen”. Ik negeerde mijn bezorgde ouders. Ik werd zelfs kwaad op hen omdat ze mijn vreugde niet deelden en volgens mij dan niet trots waren op hun dochter die al na 3 jaar business partner werd als eerste van haar klas. Ego, ego, ego.

Ik waande mij superwoman en ging samenwonen met mijn super-lief. Ik had een super-job bij een super bedrijf en super vrienden die ik nooit zag. Ik was nog nooit zo ongelukkig en ik deed voort. Tot het licht uitging. Ik kon niets meer. Wandelen, mezelf wassen, eten, het lukte niet. Ik was tot op de bodem leeg. Week 1, de dokter zegt griep. Week 3, de dokter zegt een ander virus. Week 5, de dokter zegt een burn-out. In mijn hoofd blijft het spoken, neen, hier klopt iets grondig niet.

Mijn ouders steunen mij. Zoals altijd. De engelen dat ze zijn. Ik ga zelf op zoektocht. Ik passeer zo wat overal. In rolstoel. Ons mama duwt. De dokters keren mij binnenste buiten. Zo wat elk orgaan wordt onder de loep genomen. Niets. Ik kan het niet geloven. De maanden passeren. Ik verander van huisdokter. De eerste persoon die luistert naar mijn verhaal. Hij is de eerste die de link legt met mijn autonoom zenuwstelsel. Intussen word ik niet beter. Integendeel. Hij verwijst mij door naar Prof. Dr. Moorkens. Ik zal het nooit vergeten. Ik krijg voorrang bij de prof en mag de week nadien al komen. Ook zij laat mij uitpraten. En dan volgt het verdict. Autonome disfunctie. Het is niet te behandelen.

Ik krijg een hele bundel artikels mee met informatie over mijn aandoening. In de auto lees ik de eerste brochure luidop voor tot ik niet meer zie wat er geschreven staat door de tranen in mijn ogen. Ons mama weent ook. Opgelucht dat de puzzel eindelijk ineen valt. Al die jaren zoeken samengevat onder 1 noemer.

Part 2: ik ben mijn eigen dokter

“Het is niet te behandelen.” Dat pakt niet bij mij. Ik zoek het internet af naar oplossingen. Ik moet en ik zal beter worden. Ik heb nog zo veel plannen, zo veel dat ik wil doen. Ik wil leven, niet over-leven.

Ik leer hoe mijn lichaam werkt en begrijp nu ten volle wat er zich afspeelt in mijn lijf. Cranio-sacraal therapie, orthomoleculaire geneeskunde, alternatieve genezers, mediteren, alles passeert de revue. Ik probeer àlles en geef ook bakken geld uit. Ik schrijf mij in voor een cursus in Nederland die beweert dé oplossing te zijn. Het geeft inzicht en het brengt kortstondig verbetering maar het brengt me vooral helemaal terug in mijn hoofd, daar waar ik net niet moet zijn.

Ik weet dat ik het anders wil. Het thuiszitten heeft me doen reflecteren op mijn leven, hét leven. In een jaar tijd hebben mijn gedachten alle uithoeken van mijn hersenen gezien. Ik ben altijd een denker geweest. Nu had ik alles kapot-gedacht. Ik weet het allemaal zo goed. Ik snap het. Ik begrijp het. Ik heb het beredeneerd. Ik heb het geanalyseerd. Still not feeling better, though.

Mijn super-job en super-collega’s staan nu al lang op mij te wachten, superwoman. Maar ik ben superwoman niet meer. Ik wil superwoman niet meer zijn. Ik was nooit superwoman. Ik deed maar alsof.

Part 3: Ik had geen plan B. En ik ben een planner.

Mijn ego blijkt groter dan ik dacht. Ik wil die job niet opgeven waarvoor ik zo hard gewerkt heb. Ik wil in míjn bedrijf míjn nieuwbakken waardevolle kennis over ons brein en hét leven inzetten om collega’s te helpen die aan het lijden zijn onder de grote werkdruk. Ik zal hun heldin zijn die hen komt verlossen van het kwaad. Hun superwoman die de pauzeknop induwt in de alsmaar voortdurende ratrace waar ik iedereen van op afstand zie in lopen. Zei ik al dat mijn ego groot was?

Nee, eigenlijk wil ík dat juist helemaal niet. Eigenlijk wou ík dit nooit. Hoe ben ik in godsnaam hier beland? Ik wil werken om te leven, een rustig gezinsleven waarin ik mij vitaal voel en kan genieten van de dingen die ik leuk vind. En daar kwam de vraag opzetten… Wat vind ík eigenlijk leuk?

Wat volgt zijn maanden van angst, twijfel, nog meer angst en uiteindelijk depressie. Ik weet niet meer hoe ik moet leven, wat ik wil, wie ik ben. Het licht gaat uit. Deze keer is het niet mijn lichaam. Mijn ouders, lief, broer, mijn vrienden. Iedereen praat op mij in. “Je hebt toch zo veel te bieden.” “Alles komt wel goed.” Ja ja, ik weet het allemaal wel. Maar ik voel het niet. Ik voel mij leeg.

Ik had alle kennis over het leven opgedaan, de meest prachtige boeken gelezen, de meest inspirerende TED-talks gezien, een spirituele ontwikkeling doormaakt, grootse levenslessen geleerd. I got it all covered. Gewoon uw job opzeggen en iets anders zoeken, parttime, zoals de prof heeft aangeraden. Alles ligt open, je kan alles nog kiezen, je bent nog jong. Zo simpel is het, toch? Nee. Ik heb schrik. Want wat kan ik eigenlijk? Ik heb altijd gedaan alsof, toch? Wat ze daar bij Alcon in mij zagen, dat was ik niet. Ik speelde gewoon superwoman.

Part 4: Mijn lichaam en ik.

Iedereen zijn leven ging voort. Het mijne bleef maar stilstaan. Ik stond stil. Ik durfde geen stap te zetten. Hoe kon ik een stap zetten als ik niet eens de weg zag?

Ik ging uiteindelijk loopbaanbegeleiding volgen en zocht contact met een coach, wat een mooie naam is voor een psychologe. Bij de loopbaanbegeleiding kreeg ik al schrik als het nog maar ging over welke mogelijkheden er allemaal bestaan. Bij de psychologe kreeg ik nog wat nieuwe etiketten opgeplakt. Alles wat onder de categorie “hoog-“ viel, dat was ik blijkbaar. Op zich had ik weinig aan die weten-schap, tot ze begon uit te leggen wat dat impliceert voor mijn leven. Ik begreep mijn lichaam al wel, maar een andere dimensie, namelijk mezelf, was vaag terrein. Tot dan.

Ik kreeg inzicht in wie ík was. Ik besefte intussen al lang dat ik had geleefd naar wat er van mij verwacht werd, ‘wat moet’. Wat moet volgens de maatschappij, mijn ouders, mijn lief, mijn vriendenkring. Allemaal bullshit natuurlijk, want je weet dat dat niet zo is. En toch was er iets in mijn onderbewuste brein dat mij op die weg had gestuurd. Patronen, zo heet dat dan als je aan zelfontwikkeling doet. Ik had er wat te veel aan gedaan. Ik had mij opgesloten in mijn hoofd en daarmee geleefd. Mijn lichaam was louter een vervoersmiddel voor mijn oh-zo-belangrijke-brein. Ik moest dringend terug wat meer gaan ervaren. Voelen. Niet denken.

Part 5: En dan nu… IK

Ik zag het weer wat zitten. Babysteps. En toen maakte mijn lief een abrupt einde aan onze relatie. Of wat er nog van overschoot. Want met wie ben je eigenlijk samen als je partner zichzelf kwijt is? En toch, mijn wereld stortte in. Mijn houvast, het laatste stukje van mijn super-leven dat ik had opgebouwd, viel nu ook nog eens weg. Paniek! Ik ging terug thuis wonen. Mijn ouders, de engelen. Mijn basis, mijn vertrouwde thuis. Blijven ademen. Snakken naar adem. Mijn strijdlust brak weer los en ik moest en zou hem ervan overtuigen dat ik nog altijd de Margot was waar hij verliefd op was geworden. De vrolijke, toffe, grappige, lieve Margot. Maar nee. Alles is kapot! Waar was het noorden nu weer?

Ik vond een nieuwe houvast. Mezelf. Ik leerde weer wat ík leuk vind en ging die dingen doen. Eerst ging ik gewoon dingen doen. Ik ging werken op een boerderij. Ik ging met de oudjes wandelen in ’t rusthuis. Ik hielp mensen aan het onthaal in het ziekenhuis. Ik ging helpen bij shows in ’t Sportpaleis. Ik probeerde uit. En ik voelde wat het met me deed. Ik leerde mezelf kennen. Ik deed verder met de loopbaanbegeleiding en vond meteen een parttime job die bij me paste. Het was het eerste waar ik voor solliciteerde. Ik werd meteen aangeworven. Er moet dan toch iets in mij zitten precies.

Ik begon te werken, kreeg snel terug zelfvertrouwen en genoot intussen van het single leven. Ik leerde de meest bijzondere mensen kennen, deed een pracht van een reis, dans nu minstens 2x per week, doe yoga en volg nu ook avondlessen digitale communicatie. Hell yeah, je zou nog denken dat ik écht superwoman ben!

Maar elke dag opnieuw moet ik waken over mijn gezondheid. Ik krijg griep en geraak voor een maand out, word ik weer geconfronteerd met mijn aandoening, “met dat lijf van mij”. Want nog altijd vind ik dan dat dat niet past bij mijn brein. Maar dit ben ik. Ik zoek elke dag mijn balans en weet nu dat ik dat bewuster moet doen dan de gemiddelde mens. Tegelijkertijd ben ik ook verschrikkelijk dankbaar. Voor mijn ouders, mijn vrienden die wél gebleven zijn om mij terug te zien stralen, de nieuwe vrienden die denken dat ik altijd zo gestraald heb, mijn broer die taxi voor me speelde toen rijden niet ging, de dokters die luisterden en vooral toch mijn ouders. Mijn rotsen in de branding die mij het vertrouwde nest geven om gewoon mezelf te ontdekken en te zijn. Cause life is a journey, right? En nu zit ík achter het stuur.

 

So, that’s my story. Wat is het uwe?
Denk eraan mensen, identificeer u niet met uw verhaal… Lees hier meer over in mijn artikel “Why we all love stories but why you shouldn’t fall in love with yours”. 
Laat gerust een reactie achter!
Like
Like Love Haha Wow Sad Angry
3651